top of page

Kraakhelder - Hoofdstuk 3: Ondergronds




“Voorzi… VOORZICHTIG! HEY!”

Een sterke hand sloot zich om de elleboog van Matthias en trok hem terug. Net op tijd, want geen halve seconde later zwiepte het topje van een wapenstok langs zijn neus. Boos probeerde Matthias zich los te rukken, maar de hand bleef strak om zijn arm geklemd. Hij draaide zich om; Andrea, die bij de rest van hun groep bekend stond als Goeiedag, keek hem hoofdschuddend aan.

“Laat me, ik kan het hebben!” schreeuwde Matthias. “Je weet niet wat je zegt!” antwoordde Andrea streng. “Met een hersenschudding hebben we niets aan je.” Matthias knikte maar bleef stil, en deed zijn best om haar niet aan te kijken. Stap voor stap trok Andrea hem steeds verder mee terug om de ME-linie voor te blijven. Al snel waren ze het bruggetje over naar het Haagse Bos en verdween de zon achter de wirwar van kale takken. Toch liet Andrea hem niet gaan.

“Wat hadden we nou afgesproken?” vroeg ze leidend. Het had niet veel gescheeld of Matthias had niet mee mogen doen aan de actie. Hij was eind november net zeventien geworden, en de actie stond in principe alleen open voor achttienplussers. Na lang vragen mocht hij wel meedoen aan de fysieke trainingen van Andrea, die volgens haar ook buiten zo’n actie nuttig konden zijn. En toen hij zich eenmaal als één van de meest actieve, energieke cursisten had ontpopt (en zich beklaagd over het arbitraire en hiërarchische van een harde leeftijdsgrens), had Andrea toegegeven.

Onder voorwaarde dat hij zich niet gek zou laten maken door de ME en zich zou houden aan de afspraken. Of, zoals Andrea het had gezegd: “Geen Rambo.” “Wie is Rambo?” had Matthias vragend geantwoord.

“Oké dan; geen Hulk” had ze oogrollend geantwoord. “Geen Hulk,” zei Matthias. Andrea knikte, lachte even en liet de tiener los. “Maak je geen zorgen, we gaan nog… HEY!” riep ze plots, tot schrik van Matthias. Andrea stampte naar de ME-linie, waar een te grote massa mensen zich aan het ophopen was. De activisten die vooraan stonden, konden daardoor niet snel genoeg naar achter, en kregen de volle laag met de wapenstok. Andrea pakte er een paar bij de schouder en trok ze naar achter. Al snel herinnerde men zich haar trainingen, die ze voor de goede orde nogmaals herhaalde: “Eén armlengte! Kom op, één armlengte!”

De groep waaide uiteen als een zwerm spreeuwen. Iedereen stak hun armen uit om de afstand te testen, en al snel kon de groep stapvoets verder het Haagse Bos in trekken, telkens net buiten slagbereik van de lange wapenstok. Beetje bij beetje verdwenen de andere groepen en vlaggen uit het zicht, waardoor alleen het tromgeroffel bij de groen-zwarte vlag van hun groep overbleef. Ook het zicht op de Rode Olifant werd langzaam ontnomen door de grauwe, winterse boomstammen. Even hield de groep het fietsbruggetje bij bushalte Boslaan vast, waardoor de ME niet hun volle kracht in kon zetten. Al vrij snel had een tweede sectie door dat ze verderop ook het water over konden om het Haagse Bos binnen te gaan, en de verdediging van het fietsbruggetje opgegeven. De zwarte blok trok zich terug over het fietspad, en de ME-sectie volgde schouder aan schouder achter ze aan.

“Pad af! Pad af!” Matthias keek in de richting van het geluid, en zag dat de groen-zwarte vlag het pad af ging, en zich tussen de bomen mengde. De hele groep ging erachteraan, maar tussen de bomen in begonnen de groepen te kluwen. De groep vertraagde. Ondertussen zette de ME-sectie de achtervolging in. Ook zij verruilde het vlakke asfalt voor de oneven bosgrond. Matthias wist net weg te duiken voor een stokslag en rende in de richting van de rest van de groep, maar kwam al snel vast in de kluwen van zwarte jassen en donkere broeken. Hij draaide zich om en begon tegen de groep te leunen, te duwen met zijn rug, terwijl de lijn ME-agenten steeds dichterbij kwam.

Matthias voelde zich plots gevangen, en op dat moment zag hij pas hoe onmenselijk de aanstormende ME’ers waren; hun gezichten verborgen achter reflecterend plastic, benen twee keer dikker dan normaal met bescherming, hun enorme schoenen en de lange latten. Tactiek leek uit de ME-linie verdwenen, en was vervangen door een bloedlust van de sterke arm, die spijt in de groep wilde slaan. Matthias zette zijn voeten schrap tegen de grond en hield de groep stevig vast. Hij ging naar voren hangen, in de richting van de ME-linie. Hij voelde achter zich dat zijn kameraden dat ook deden. Bijna ongezien veranderde de chaotische massa van in zwart geklede activisten zich in een gespannen veer, of eerder de arm van een kruisboog. Matthias realiseerde zich dat hij, vooraan de groep, de trekker was.

“Wachten…” dacht hij, hoewel het in zijn hoofd de stem van Andrea was. “Wachten…” De linie was nu op tien meter afstand. Precies tussen de ME en de groep lag een rottende boomstam, op vijf meter afstand.

“Wachten…” Op een gegeven moment zouden de ME’ers gaan rennen in een charge. Matthias moest ze voor zijn. Ze konden pas na de boomstam rennen, maar ze moesten dichtbij genoeg komen dat wat ging komen compleet onverwacht was. De linie kwam aan bij de boomstam. Sommige ME’ers liepen er langs, drie zetten er een grote stap overheen. De linie zette zich schrap om te gaan rennen, maar Matthias was ze twee seconden voor.

“JAAAAAAAAAAAAAAA” schreeuwde hij uit. Hij liet los, en zette het plots op een rennen. Als een steen uit een katapult schoot hij richting de ME’ers. Op zijn signaal volgde de hele groep, die zich massaal in de richting van de linie wierpen. De agenten wachtten niet op een bevel. Eerst stonden ze stil, maar toen het blok niet afremde zette een paar agenten een stap naar achter, om de linie weer stevig te maken. Daarbij waren een paar klaarblijkelijk vergeten dat ze over oneven bosgrond waren aangekomen. Twee struikelden over de boomstam en werden door hun collega’s overeind geholpen, maar er was geen tijd meer om de linie te herstellen. Hun tegenstanders stroomden als water door de gevallen gaten.

“Terug!” klonk het bevel van de sectiecommandant, die het zelf al op een rennen had gezet. Zijn voorbeeld werd gevolgd door de ME’ers, maar met hun zware beenbeschermers, hun schilden en wapenstokken hadden ze maar weinig houvast. De natte, bevroren bosbodem was spekglad, en veel agenten konden zich niet afzetten. Hier en daar lieten agenten hun schilden en stokken achter om maar weg te komen, richting de tweede linie die hun sectie op het fietspad had gevormd.

Eentje struikelde over een losliggende tak, vlak voor Matthias. Op handen en voeten kroop de agent verder. Matthias stopte, en balde zijn vuisten. Adrenaline gierde door zijn lichaam. Hij keek naar de helm, de wapenstok, de onmenselijke uitrusting, de bloedlust die ze enkele momenten voorheen nog hadden getoond. En hij was aan het ontsnappen, al bijna had deze ME’er het fietspad bereikt, waar zijn collega’s een nieuwe linie aan het vormen waren. Dat kon niet gebeuren. Dat kon hij niet laten gebeuren. De wereld van Matthias vernauwde zich. Het bos, de groep, de ME-linie verdwenen uit zijn zichtveld, totdat alleen de kruipende ME’er overbleef. Matthias zag de achterkant van zijn helm, en wilde niets liever dan er een trap tegen geven. Nee, hij wou erop springen. HMet alle kracht die hij had wou hij deze ME’er aandoen wat hij Matthias wou aandoen. Matthias stapte naar voren en plaatste met zijn voet zijn volle gewicht op de enkel van de agent die, door paniek verward, niet eraan dacht om zich om te draaien.

“Leeuw!” Matthias hoorde het woord wel, maar dit was zijn eerste actie, en de eerste keer dat hij een schuilnaam gebruikte. Het vervloog met de rest van de prikkels in het bos, tot alleen de nek van de ME’er overbleef. “LEEUW!”

Matthias trok zijn been omhoog. Het kon niet langer dan een seconde hebben geduurd, maar in zijn vernauwde wereld duurde en duurde het voort. Matthias kon onder de nekbeschermer van de helm de blote nek van de agent zien; een V van blonde, korte haartjes op een witte nek. De bobbeltjes van de halswervels die onder de huid uitstaken. Net zette hij de trap in, toen een ruk aan zijn schouder hem uit balans bracht. Zijn been schoot uit in het luchtledige en de kracht van de schop maakte, samen met de ruk, dat hij zijn evenwicht verloor. Voordat hij op kon staan voelde hij twee sterke armen onder zijn oksels haken, die hem optilde en hem, half lopend en half slepend, wegdroegen. Matthias kon alleen naar de bosbodem kijken, maar hij kon nog net zien hoe hij door twee mensen met kisten door een linie werd gedragen, waar ze hem bruut lieten vallen. Matthias veegde de natte bladeren uit zijn gezicht. Toen hij opkeek verwachtte hij een wraakzuchtige ME’er te zien, die hem in een busje zou slepen voor een verhoor. Dat kon hij wel hebben. Wat hij zag was erger dan dat, dan wat hij zich ook voor had kunnen stellen.

Voor hem hurkte Andrea, de brug van haar neus tussen twee vingers geklemd. Matthias keek over zijn schouder, en zag hoe de linie van het zwarte blok vanaf de verhoging aan het joelen was naar de tegenovergestelde ME-linie, die zich op het fietspad opnieuw had gevormd maar die duidelijk niet meer de bosgrond op durfde. Matthias glimlachte, maar toen hij terug naar Andrea draaide verdween die lach als sneeuw voor de zon. Hun ogen kruisten, en Matthias zag in haar ogen geen boosheid. Alleen een diepe droefheid. “Dit was de laatste keer,” zei Andrea met finaliteit. “Blijkbaar kan je dit nog niet aan.”

“Maar… ik heb niets…” probeerde Matthias, maar Andrea kapte hem af. “Nee, precies. Je was niet aan het opletten, je was alleen met jezelf bezig” beet Andrea hem toe.

“Dit is geen plek voor dat soort heldengedrag. We doen wat we doen omdat het nodig is. Niet omdat we stoer willen doen, niet omdat we pijn willen doen, niet omdat we wraak willen nemen. We doen dit voor elkaar, niet voor onszelf. En als je zo graag dat soort shit wil doen, ga je gang, maar breng dan niet je kameraden in gevaar. Ze kijken uit voor jou, het minste wat je kan doen is ze niet nodeloos in gevaar brengen.” Andrea schudde haar hoofd.

“Ik kan je niet naar huis sturen, maar blijf in mijn buurt. En blijf achter de linie staan!” Matthias knikte verslagen, draaide zich om, en trok zijn knieën op. Het blok ging verder aan het werk. Uit rugzakken kwamen klimtuig, spandoeken, touw en visdraad naar boven. In verschillende teams ging het blok uiteen; sommigen begonnen in bomen te klimmen, anderen spanden visdraad op scheenhoogte tussen de bomen. Andrea keek toe hoe een team een spandoek met de tekst Popo kan de boom in! tussen twee takken spande.

“Kist dit had fantastisch gevonden” zei ze. Ze zuchtte, richtte haar blik op de bomen die de Rode Olifant verhulde. Vanuit de hoogste bomen kon het gebouw in de gaten worden gehouden, en het communicatieteam had al verbinding gemaakt met de coördinatiekamer. Vanaf nu was het plan eenvoudig: zolang hun blok in het Haagse Bos zat, kon de ME de Rode Olifant niet bestormen, uit angst in de rug aangevallen te worden. Ze hoefden alleen maar het bos te bezetten. Andrea hoopte dat de andere teams de ME lang genoeg bezig zouden houden. En dat Levi en team zwart niets zou overkomen.


____


“HOE LAAT IS HET! TWAALF OVER ÉÉN!”

De rood-zwarte en de paars-zwarte vlag, met het zwarte blok in het kielzog, werden langzaam maar zeker teruggedreven over de Zuid Hollandlaan. Het was niet makkelijk om druk op de linie te blijven zetten, en hier en daar maakten de lange latten contact. De leden van het blok probeerde de hoge zwaaien op te vangen met hun onderarmen, en de lage met hun schenen, maar af en toe kwam een stok toch op een schouder, een bovenbeen, of een rug. Wie een klap had gekregen, holde naar de achterkant van de groep om bij te komen, waarna andere demonstranten de lege plek opvulden. De blokkade van de Utrechtse Baan en de N44 door de ME zorgde ervoor dat er geen nieuwe auto’s de Zuid Hollandselaan op reden, en de automobilisten die daarnet nog met interesse naar het voorbijgaande zwarte blok hadden gekeken hadden zo snel mogelijk hun biezen gepakt. De drie banen richting het centrum waren nu een open veld geworden, en onder het toeziend oog van de automobilisten die nog steeds vast zaten op de andere baan bewoog het geheel aan zwart blok en ME-linie steeds meer richting de Koningskade.

Zodra dit geheel de Koningskade op kwam, moest Storm des te meer moeite doen om de groep bijeen te houden. De brede weg maakte dat mensen uitspreidden om wat ademruimte te zoeken, maar als de groep te veel uiteen zou vallen zou de ME met één getimede charge de groep kunnen splitsen.

“Blijf bij elkaar! Blijf bij je vlag!” riep Storm in het rond, de rood-zwarte vlag hoog boven diens hoofd tillend. De ordedienst deed hun best om de groep bij elkaar te houden, zoals ze hadden getraind, maar nu ze daadwerkelijk oog in oog stonden met ME’ers was het toch heel anders dan al die oefenrondjes. De adrenaline die hoorde bij eindelijk de ME direct aanpakken vormde een ruis, ook in het hoofd van Storm. Die keek naar Cassandra voor een check-in, omdat ze plots gestopt was met trommelen, maar schrok toen die zag hoe bleek haar gezicht was geworden.

“Cas… wat…” vroeg Storm, maar Cassandra wees alleen met een van haar stokjes richting de Koekamp en de Laan van Reagan en Gorbatsjov. Storm volgde de lijn van haar wijzen, en trok toen even bleek weg als diens partner. Daar, over de gehele breedte van de weg, kwam een linie bereden politie aanlopen. Stom had nog nooit oog in oog gestaan met een politiepaard tijdens een demonstratie, en opeens begreep die de waarde ervan. In vergelijking van de auto’s kon die pas de grootte van de paarden inschatten, en het geklop van hun hoeven kwam steeds harder op. Storm keek rond, en begreep toen pas wat het effect kon zijn van een politiepaard in volle galop.

“PAARDEN!” riep Storm uit. Cassandra was nog steeds verstijfd, en keek Storm aan alsof die een buitenaardse taal had gesproken. Die legde een hand op haar schouder. “Cas” zei die, ondanks de consternatie op rustige toon, terwijl die in haar ogen keek. “Paarden.” Cassandra knikte, en begon op haar trommel te slaan.

Pompompompompompompompompom…

Aan het getrommel kwam geen einde, en dat was voor de groep het signaal. De groep splitste zich in tweeën, en stroomde naar hun respectievelijke vlaggen toe; de zwart-rode vlag van Storm, en de zwart-paarse vlag van Malcolm. Elk van de groepen haakten de armen ineen, en vormde zo twee solide blokken waar paarden niet op in zouden durven rennen. Dit zouden ze niet lang volhouden; de vier secties ME die achter hen aanzaten konden ze zo makkelijk kettelen. Storm, in het midden van de groep, moest ze zo snel mogelijk naar beschutting krijgen, waar de paarden moeilijk zouden kunnen komen.

“De brug over!” riep Storm. Die hoorde Malcolm hetzelfde schreeuwen, en de twee groepen schuifelde richting de Dierentuinbrug. Daar splitste de weg in tweeën, aan weerszijde van een kanaal. Aan de rechterkant liep de Houtweg dieper het centrum in; aan de linkerkant lag de Nieuwe Uitleg, die een bocht maakte richting de Korte Voorhout. Het plan was voor de groep om hier te splitsen, maar tot Storms schrik stonden ze verkeerd. In de paniek stonden zij nu rechts, aan de kant van de Houtweg, terwijl zij de Nieuwe Uitleg op hadden moeten gaan. De twee massa’s konden niet meer door elkaar heen, en een wissel zou voor veel verwarring zorgen. In het gedram van de antipaardenmassa kon Storm met moeite diens mobiel erbij pakken, en Malcolms nummer intoetsen.

“R -> HW; P -> NU” typte die snel. Vrijwel onmiddellijk stuurde Malcolm een berichtje terug.

“K”

Storm glimlachte, deed het mobieltje weg en stak diens vlag weer hoog op. “Groep Rood: Naar rechts! Naar rechts!” schreeuwde die, terwijl de zwart-paarse vlag van Malcolm juist naar links bewoog. Zodra ze de brug over waren, en de ME-secties het onmogelijk maakten dat de bereden politie op ze zou inrijden, konden ze wat losser en sneller lopen. Zo liepen Storm, Cassandra en hun groep de Houtweg op, terwijl aan de overkant van het kanaal Malcolm en zijn groep richting de Korte Voorhout gingen.

“Daar gaan we dan…” zei Cassandra. Storm knikte.


Daar gaan we, dacht die mee. Diens knokkels kleurden wit om de vlaggenstok.


___


Op de parkeerplaats van de ABN AMRO aan de Nassau Odijckstraat zat Lewi, voor wie alle voornaamwoorden oké zijn. Half gezeten op een verdorde bloembak at ze van haar ontbijt; een boterham met kaas uit een plastic zakje. Ze keek rond op de parkeerplaats; nog tien anderen zaten in haar gezichtsveld, elk net als haar op een geïmproviseerd zitvlak naast een zwartgeverfde fiets. Net als haar waren aten ze een boterham, of aten ze couscoussalade uit een plastic bakje, of waren ze handzame pocketboekjes aan het lezen. Van achter het Montessori-Lyceum kon Lewi het gejoel en geschreeuw van de andere groepen horen. Toen ze in de fietsreserve werd ingedeeld had dat als een eer gevoeld; het was een plek voor ervaren actievoerders die bovendien hard konden trappen. Maar Lewi had niet verwacht hoe erg hun werk als reserve zou bestaan uit wachten, en vooral wachten terwijl ze hun kameraden konden horen. Wat Lewi eerst had ervaren als een eer, ervaarde ze nu als iets lafs.

“Je gaat je nutteloos voelen” had hun vlaggendrager, de groepscoördinator, tijdens de trainingen gezegd. “Maar aan het eind van de dag heb je meer gedaan dan menselijk mogelijk.” Lewi kon de groepscoördinator zien zitten. Samen met de communicator ontfermden ze zich over de mobiel waarmee de centrale kamer de actie coördineerde, en de stadskaart die de coördinator op diens stuur zou binden. Naast de groepscoördinator stond een stok met een opgerolde zwarte vlag. Zodra die vlag werd uitgerold was het hun beurt. Lewi hoopte dat dat snel zou gebeuren, en tegelijkertijd hoopte ze dat ze nog even haar krachten zou kunnen sparen. Als de fietsbrigade in actie moest komen, betekende dat dat ergens anders iets grondig mis was gegaan.

Van achter de ABN klonk plotseling luid geroep. Wat werd geschreeuwd kon Lewi niet verstaan, maar het was paniek. Toen hoorde ze het geklop van hoefijzers op asfalt. Lewi keek naar de coördinator, in de hoop dat er iets zou gebeuren, maar er gebeurde niets. Ze haalde haar schouders op, nam de laatste hap van haar boterham, en begon voor de vijfde keer te checken of haar remmen wel perfect waren afgestemd.


Wordt vervolgd in hoofdstuk 4.


20 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven

Comments


bottom of page